Originele versie
| Hieronder staat de originele (uitgebreide) versie van het interview. |
|
Adoptie “Je zit aan de andere kant van de wereld en maakt het belangrijkste van het leven mee.” Jolande Westervoorde (38) wist altijd al dat ze ooit een kind wilde adopteren. Toen een zwangerschap uitbleef, was de keuze dan ook snel gemaakt. Jolande en haar man Frank (37) reisden af naar het binnenland van China om hun tien maanden oude zoon op te halen. Jolande: ‘Ik was er al heel lang mee bezig dat ik wilde adopteren, maar Frank was nog niet zo ver. Ik wilde altijd al heel graag een eigen kind, om te voelen hoe het is om zwanger te zijn, en ik wilde graag voor een kindje zorgen dat in mindere omstandigheden leefde. Die gedachte speelde altijd al bij mij. Die eerste jaren dat Frank en ik bij elkaar waren, waren we vooral met onze carrières bezig. Ik was een jaar of negenentwintig toen ik over kinderen ging nadenken. Toen dat niet lukte, leek het bijna alsof een adoptiekind was voorbestemd. In 2001, ik was toen 32, hebben we de adoptie-aanvraag de deur uitgedaan. Een jaar later kregen we het bericht dat een biologisch kind er niet inzat voor ons. Voor ons was het dan ook echt geen tweede keus. Dat stoort me soms als ik op websites lees “helaas is een eigen kind niet gelukt.” Dat we een kindje uit China wilden, stond voor ons vanaf het begin vast. Waarom weten we niet, maar we voelden dat allebei heel sterk. Bijna alle adoptiekinderen die uit China komen zijn meisjes, maar ik had de hele tijd een heel sterk voorgevoel dat ons kind een jongen zou zijn. Op het allerlaatste moment hebben we voor de zekerheid nog maar een jongensnaam bedacht.’ Jolande en Frank schreven zich in bij het Ministerie van Justitie en moesten daarna bijna twee jaar wachten voor ze toestemming kregen om te mogen adopteren. Na het intakegesprek bij de vergunninghouder ruim 5 maanden later, begon de laatste etappe. Het verzamelen van documenten, welke worden verstuurd naar China. En uiteindelijk: wachten op het voorstel. Het voorstel wordt telefonisch gedaan. Na mondelinge acceptatie, volgt de envelop met daarin een foto van hun zoon, Twan. Jolande: ‘De eerste foto die we kregen was een slechte kopie van een zwart-wit foto. Die wordt gewoon per post bezorgd samen met een medisch rapport. Op basis daarvan moet je laten weten of je akkoord gaat. Dat is ook de reden dat die foto niet helemaal duidelijk is. Ze willen niet dat je op basis van uiterlijk een kind uitkiest.’ Frank: ‘Wat ik me afvraag en waar ik nooit antwoord op zal krijgen, is op basis waarvan in China die match is gemaakt. Daar heeft ergens in het binnenland van China iemand aan een bureautje gezeten met aan de ene kant een stapel kinderdossiers en aan de andere kant onze rapporten. Daar zitten foto’s in van ons, ons huis, informatie over wie we zijn en wat we doen, maar waar ze op selecteren, dat weet je niet. ’ Jolande: ‘Twan is een vrij druk kind, terwijl wij allebei heel rustig zijn. Iemand moet gedacht hebben: zo’n rustig stel kan wel wat drukte gebruiken.’ Zes weken later vertrokken ze naar Beijing. Jolande: ‘We hebben alle boeken over China gelezen die we konden vinden, maar als je daar bent is het toch onvoorstelbaar anders. Beijing en Shanghai zijn metropolen, het is er alsof je in Parijs loopt, al is het er zo veel drukker. Zodra je het vliegtuig uitstapt merk je al wat een andere cultuur het is, maar toch ben je er maar voor een ding, de eerste ontmoeting met je kind. Gelijk na onze aankomst zijn we met zeven andere stellen naar de stad Chongqing gevlogen. De volgende dag in het adoptiecentrum daar moesten we wachten. De kinderen kwamen er met de bus naartoe. Van alle kinderen herkenden we Twan meteen. We hadden afgesproken dat ik hem als eerste in mijn armen mocht nemen en dat Frank zou filmen. De eerste keer je kind in je armen sluiten is zo’n bijzonder moment. Meer dan twee jaar hebben we op hem gewacht en het liefst wil je hem stevig tegen je aandrukken. Maar ik had ergens gelezen dat je een kind de gelegenheid moet geven om jou te bekijken. Ik heb hem dus wel in mijn armen genomen, maar een beetje van me af gehouden zodat we elkaar eerst goed konden bekijken. Hij bekeek ons van top tot teen. Zo stil als op dat moment is hij nog nooit geweest. Hij bekeek ons zoals wij hem bekeken, van top tot teen. Al die dagen leef je compleet in een roes. Het is heel spannend en je hebt ook nog een jetlag. Bovendien was het veertig graden en hing er een enorme smog. Die eerste ontmoeting was heel emotioneel. Toen we een uur later met z’n allen de bus in gingen, dacht ik, hij hoort bij ons, het is goed zo.’ Twee weken lang brachten ze door in China. Op het programma stond ook een dagelijks bezoek aan een toeristische attractie. Frank: ‘We hebben in die twee weken zoveel gedaan, dingen die je normaal gesproken niet als je net een kind hebt. We zijn naar de verboden stad geweest, de Chinese muur, het plein van de Hemelse Vrede, de dierentuin, de zijdemarkt. En daar liepen we met onze baby van tien maanden en totaal geen ervaring.’ Jolande: Vooral in Chongqing waren we een bezienswaardigheid. Het is heel raar, want het is een wereldstad met zeven miljoen inwoners, waar wij nog nooit van hebben gehoord. Als we even stil stonden met Twan, stonden er binnen de kortste keren vijftien mensen om ons heen om foto’s te maken. We waren de enige westerlingen en niemand sprak iets anders dan Chinees. Die twee weken met elkaar in China waren heel bijzonder. Je zit aan de andere kant van de wereld en je maakt het belangrijkste van het leven mee. Het is fijn om dan even alleen te zijn. Je hebt er zo lang naar uitgekeken.’ Frank: ‘Je moet stevig in je schoenen staan voor een adoptie. Je wil ’s avonds in een wildvreemd land een flesje melk maken, maar waar haal je poedermelk vandaan? Dan ging ik naar de supermarkt om uit al die Chinese blikken poedermelk er een te kiezen. En natuurlijk had ik dan al het winkelpersoneel om me heen staan die het wel grappig vonden zo’n westerse man op zoek naar poedermelk.’
Terug in Nederland werden ze op Schiphol opgewacht door vrienden en familie. Frank: ‘Het leek wel of we de wereldcup hadden gewonnen zo veel mensen stonden er.’ Natuurlijk wilde iedereen de kleine Twan vasthouden maar alleen Jolande en Frank hun mochten zoon vasthouden, knuffelen en verzorgen. Dit werd verteld bij de VIA bijeenkomsten.
Frank: ‘Voor de hechting was
het heel belangrijk dat Twan de eerste maanden alleen door ons werd
vastgehouden. Als er mensen kwamen met cadeautjes, dan moesten wij die aan
Twan geven. Dat lijkt onnatuurlijk, maar anders dan een biologisch kind
moest Twan leren dat wij zijn ouders zijn. Gelukkig
begrepen de meeste mensen dit. Het zal Twan een vaste en veilige basis voor
de toekomst geven. Hij leert dan dat hij bij ons hoort en dat wij er altijd
voor hem zullen zijn. Vanuit die veiligheid kan hij de rest van de wereld
gaan verkennen en contacten met anderen aangaan. Jolande: ‘Die eerste paar maanden zijn heel heftig. Van het ene op het andere moment wordt je leven compleet anders. Je moet elkaar leren kennen. Natuurlijk leef je naar de adoptie toe, maar fysiek zijn er geen beperkingen. Je stapt gewoon op het vliegtuig. Daarna moet je jezelf en je eigen leven zien terug te vinden, met hem als middelpunt. En anders dan met een baby, krijg je een kind dat al kan kruipen. Het hele huis moest tot op een meter hoogte kindveilig worden gemaakt. Maar goed ging het. Twan is inmiddels een vrolijke peuter van tweeëneenhalf, met een lach van oor tot oor. Volgend jaar krijgt hij er een broertje of zusje uit zijn geboorteland bij. Frank: ‘Twan gaat dan mee, maar we zijn al gewaarschuwd dat hij een terugslag kan krijgen. Kinderen slaan, als ze zo jong zijn, niet zozeer beelden op, maar vooral geuren. De geur die hij straks daar ruikt, kan sterke herinneringen bij hem oproepen. Toen ik dat in eerste instantie hoorde, dacht ik het zal wel, maar toen vertelde een collega mij dat hij als klein jongetje uit Canada naar Nederland was gekomen. Dertig jaar later ging hij voor het eerst weer terug naar zijn geboortegrond, een plek waar hij tot op dat moment geen enkele herinnering aan had. Hij vertelde dat hij daar was, een geur rook en dat er iets gebeurde met hem. Zo sterk, dat hij er kippenvel van kreeg. Sinds ik dat weet, hou ik er toch rekening mee dat China straks iets met Twan zal doen.’ De acht stellen en kinderen met wie ze twee jaar geleden samen naar China gingen, komen nog altijd twee keer per jaar bij elkaar. Jolande: ‘Je hebt een band met elkaar omdat al onze kinderen uit hetzelfde tehuis komen. Ze zijn ook allemaal even oud, geboren in dezelfde maand. Als Twan ouder is willen ze met hem terug naar zijn geboortegrond. De kans dat ze daarbij zijn biologische ouders zullen ontmoeten is vrijwel nihil. Twan is geboren in een dorp, maar dan naar Chinese maatstaven, want er wonen 200.000 inwoners. Jolande: ‘Natuurlijk spelen de biologische ouders wel een rol. Ik denk er wel eens aan, al zien wij het natuurlijk anders. Twan hoort gewoon bij ons. We zien niet eens dat hij er anders uitziet, tot iemand dat tegen ons zegt. Een zekerheid in China is dat je nooit te weten zult komen wie zijn biologische ouders zijn. China is zo groot, aan een zoektocht hoef je niet te beginnen.’
China grootste adoptieland Twintig procent van de wereldbevolking woont in China. Om het bevolkingsaantal binnen de perken te houden, voerde het land als enige de één-kindpolitiek in. Wie toch een tweede kind wilde, kon tot voor kort rekenen op een boete gelijk aan drie jaar salaris. Sinds kort wordt het hebben van een tweede kind niet zozeer bestraft, maar wordt één kind beloond. Maar nog steeds leggen veel Chinese ouders hun tweede kind te vondeling, of het eerste kind als dat een meisje is. Begin jaren negentig kwam de adoptie uit China op gang. Jaarlijks worden twintigduizend Chinese kinderen ter adoptie aangeboden. In Nederland komt op dit moment zestig procent van de adoptiekinderen uit China. Maar omdat de welvaart in China toeneemt en de sancties zijn omgezet in een beloningssysteem, neemt dat aantal af. Gevolg is dat de wachtlijsten voor een kind uit China dit jaar behoorlijk zijn opgelopen.
Waarom kiezen mensen
voor adoptie? |